Hugo de Jonge, tijdens het verhoor in de Parlementaire Enquêtecommissie Corona, over de artsen die medicatie voorschreven ter bestrijding van Covid in de eerste lijn:
,,We hebben beroepsnormen. De beroepsnorm is evident dat vaccinatie goed is, en dat je dat niet verdacht moet maken. En als er dan toch een aantal mensen met een witte jas aan dat toch ondermijnen, doet dat iets met het vertrouwen van mensen.”
Tijdens het verhoor van Hugo de Jonge door de parlementaire enquêtecommissie kwam de casus van huisarts Rob Elens uitgebreid aan bod. De commissie richtte zich hierbij op de diverse bemoeienissen van De Jonge met het toezicht door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) op individuele artsen:
- Aanleiding en eerste actie (mei 2020): De Jonge hoorde over Elens via media (zoals het programma Op1) of kamerdebatten. Elens propageerde in maart 2020 een “cocktail” van onder andere hydroxychloroquine als effectief middel tegen corona in de eerste lijn. Op 18 mei 2020 appte De Jonge de inspecteur-generaal van de IGJ met de vraag of dit tuchtrechtelijk te vervolgen was. De Jonge stelde dat hij dit deed omdat patiënten moeten kunnen uitgaan van betrouwbare informatie en dat de cocktail van Elens “misleidende informatie” was.
- Ondermijning van de vaccinatiecampagne (2021): De Jonge nam in augustus en december 2021 opnieuw contact op met de inspectie over een klein groepje artsen, waaronder Elens, die hij “evident ondingen “ hoorde vertellen. Hij noemde hun handelen “ondermijnend” voor de vaccinatiebereidheid. Specifiek werd benoemd dat Elens op de dag dat de vaccinatiecampagne startte, beweerde dat vaccins niet nodig waren als men zijn cocktail van hydroxychloroquine, azitromicine en vitaminen gebruikte en dat hij de vaccins gentherapie noemde.[Het bewijs voor deze uitspraak is hier te vinden.]
- Discussie over de onafhankelijkheid van de IGJ: De commissie vroeg kritisch of de inspectie nog wel onafhankelijk kon opereren als de minister zo direct vroeg om handhaving in een individuele zaak. De Jonge verweerde zich door te stellen dat hij als minister verantwoordelijk is voor het goed functioneren van het stelsel en dat hij slechts verifieerde of de IGJ er “bovenop zat”. Hij gaf toe dat hij het “teleurstellend” vond dat er na twee jaar crisis slechts één tuchtzaak en enkele waarschuwingen waren tegen artsen die desinformatie verspreidden. [Uiteindelijk werden dit 16 boetes van bij elkaar meer dan 100.000 euro].
- De “frikandel”-vergelijking: In een later deel van het verhoor werd gerefereerd aan kritiek van Elens op De Jonge’s vergelijking van het vaccin met een frikandel (beiden producten waarvan mensen de exacte inhoud niet weten). De Jonge reageerde dat hij het “ridicuul” vond dat deze uitspraak jaren later nog werd aangehaald als ondermijnend, terwijl hij van mening was dat juist “witte jassen” die de volksgezondheid verdacht maken een grotere negatieve impact hadden op de vaccinatiebereidheid.
De Jonge vatte zijn standpunt samen door te stellen dat artsen die willens en wetens foutieve informatie verspreiden een gevaar voor de volksgezondheid zijn en dat de inspectie daartegen zichtbaar handhavend moet optreden.
Rob Elens is zeer teleurgesteld en nu nog meer verbolgen over deze uitspraken en blijft bij zijn eis tot excuses van Hugo de Jonge dit keer aan de gehele artsengroep en doorhaling van alle boetes.